De rechtbank in Den Haag heeft de eisen afgewezen in de PFAS‑rechtszaak die de Natuur en Milieufederaties Noord-Holland, Friesland, Zeeland en Zuid-Holland, samen met zeven andere belangenorganisaties, in 2025 aanspanden tegen de Nederlandse Staat. Daarmee oordeelt de rechtbank dat de Staat juridisch niet verplicht kan worden gehouden om verdergaande maatregelen te nemen tegen PFAS‑vervuiling. Deze uitspraak laat een pijnlijk gat zien tussen wat wetenschappelijk noodzakelijk is voor de volksgezondheid en wat juridisch afdwingbaar blijkt.
Sijas Akkerman, directeur Natuur en Milieufederatie Noord-Holland: “We zijn als eisers enorm teleurgesteld over de uitspraak. En heel erg bezorgd. Want met deze uitspraak wordt de schijn gewekt dat de Staat al genoeg doet tegen PFAS. Wat ons betreft is dat zeker niet het geval. Het is jammer dat de rechter terughoudend is. De bestaande overheidsnormen zijn dus wederom onvoldoende om onze gezondheid te beschermen.”
Teleurstelling en blijvende bezorgdheid
De Staat houdt zich aan de, mede door haarzelf vastgestelde, regels. Maar die zijn niet houdbaar, niet nu we weten dat iedere Nederlander PFAS in zijn lichaam heeft en daar ernstig ziek van kan worden. PFAS breken niet af en stapelen zich op; daardoor geven ze een onomkeerbaar risico voor de volksgezondheid.
PFAS: een risico waar niemand aan kan ontsnappen
Vrijwel alle Nederlanders hebben inmiddels PFAS-waarden in hun bloed die boven de gezondheidskundige grens liggen. Blootstelling vindt plaats via drinkwater en voedsel, routes waar mensen zichzelf nauwelijks tegen kunnen beschermen. Iedere dag zonder doortastend beleid betekent meer vervuiling, grotere gezondheidsrisico’s en hogere kosten voor toekomstige sanering.
Rechter volgt bestaand kader, niet wetenschappelijke urgentie
In de rechtszaak vroegen de initiatiefnemers aan de rechter om de Staat te verplichten verdere PFAS‑vervuiling per direct te stoppen, geen vergunningen meer te verlenen voor lozingen, bestaande en historische vervuiling in kaart te brengen en op te ruimen. En de Staat moet voldoen aan de Europese waterkwaliteitsnormen. Voor deze kwaliteitsnormen heeft ze nu al uitstel gevraagd. Als die niet wordt toegekend, dan handelt ze in strijd met de wet. De rechtbank oordeelt echter dat de Staat nu nog binnen het huidige juridische kader voldoende doet. De rechter stelt óók dat de Staat al decennialang weet van de schadelijkheid en persistentie
extreem moeilijk of niet afbreekbaar in het milieu, in water, in de bodem en in levende organismen
van PFAS. Deze uitspraak betekent niet dat het risico verdwijnt, alleen dat het recht op dit moment onvoldoende bescherming biedt.
Wetenschap is helder, beleid blijft achter
Al in 2002 concludeerde de OESO
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
dat PFAS persistent is en het risico op ernstige ziekten als blaaskanker verhoogt. Recent onderzoek
European Environment Agency (EEA), PFAS pollution in European waters, briefing gepubliceerd op 9 december 2024 (gewijzigd 6 december 2024). Beschikbaar via: https://www.eea.europa.eu/en/analysis/publications/pfas-pollution-in-european-waters.
van de European Environment Agency (2024) laat zien dat in een groot deel van de Europese kust‑ en overgangswateren de normen structureel worden overschreden. Toch blijft effectief ingrijpen uit. Dat spanningsveld tussen kennis en actie wordt door deze uitspraak opnieuw zichtbaar.
Dit oordeel ontslaat de Staat niet van verantwoordelijkheid
Dat de rechtbank het verweer van de Staat volgt, betekent niet dat ze geen morele of maatschappelijke plicht heeft om burgers en natuur beter te beschermen. Integendeel: juist nu is politieke moed nodig om de wetgeving aan te scherpen en verdere vervuiling te stoppen. Economische belangen mogen nooit belangrijker zijn dan mensenrechten, zoals een gezonde omgeving.
Vervolgstappen
Deze uitspraak is teleurstellend, maar geen eindpunt. Er staat te veel op het spel om PFAS als onvermijdelijk te accepteren. Wij beraden ons op vervolgstappen, waaronder een mogelijk hoger beroep, en blijven ons inzetten voor structurele bescherming van gezondheid en milieu.
Over deze uitspraak
De zaak vloeit voort uit een dagvaarding van 24 april 2024, opgesteld door Knoops’ advocaten namens de betrokken organisaties. Zij verwijten de Staat dat deze zijn zorgplicht heeft verzaakt door onvoldoende op te treden tegen de wijdverbreide PFAS-vervuiling in Nederland. Ondanks alarmerende wetenschappelijke bevindingen over de schadelijke effecten van deze ‘forever chemicals’ (stoffen die nauwelijks afbreken en zich opstapelen in milieu en mens) worden zij nog altijd geproduceerd, uitgestoten en toegepast in talloze producten.
Geld beschikbaar voor acties tegen PFAS
Er is weer geld beschikbaar voor mensen en groepen in Noord- en Zuid-Holland die zich met kleine of grote acties in willen zetten tegen PFAS. De voucherregeling biedt doelgerichte steun aan initiatieven die zich inzetten tegen chemische vervuiling. Vouchers worden strategisch ingezet op basis van de behoefte per locatie of initiatief.
PFAS zijn extreem persistente stoffen die zich ophopen in mens, dier en milieu. Vrijwel iedereen in Nederland draagt ze inmiddels in het lichaam. De kernvraag is niet óf PFAS schadelijk zijn, daarover bestaat brede wetenschappelijke consensus maar: doet de Staat genoeg om verdere verspreiding te stoppen en burgers te beschermen? Wij vinden van niet, en vroegen de rechter om stevigere maatregelen af te dwingen.
De rechtbank oordeelt dat het huidige PFAS-beleid juridisch binnen de beleidsvrijheid van de Staat valt. Volgens de rechter is niet aangetoond dat het wettelijke kader zo tekortschiet dat sprake is van een schending van de zorgplicht. De uitspraak gaat daarmee over de juridische toets: is de wettelijke ondergrens overschreden? De rechtbank zegt: op dit moment niet.
De rechtbank stelt expliciet vast dat PFAS ernstige risico’s vormen voor gezondheid en milieu. Ook bevestigt zij dat verdere verspreiding moet worden tegengegaan en dat de Staat een zorgplicht heeft om burgers te beschermen. Over de ernst en de noodzaak tot handelen bestaat dus geen verschil van inzicht. De rechtbank beperkt zich tot de juridische vraag of het huidige beleid onder de minimale norm zakt, niet over de vraag of het voldoende bescherming biedt.
De kern van de uitspraak is rechterlijke terughoudendheid. De rechtbank oordeelt dat: de Staat beleidsvrijheid heeft bij de keuze van maatregelen; er al wet- en regelgeving bestaat (zoals vergunningen en minimalisatieplicht) en de rechter niet op de stoel van de wetgever mag gaan zitten. Volgens de rechtbank is niet aangetoond dat het wettelijke kader zo tekortschiet dat sprake is van een schending van de zorgplicht. Met andere woorden: De rechter toetst of de ondergrens wordt overschreden niet of het beleid ambitieus of toekomstbestendig genoeg is.
Wij voerden aan dat de wettelijke norm voor PFOS in oppervlaktewater uiterlijk in 2027 moet worden gehaald en dat dit waarschijnlijk niet lukt. De rechtbank oordeelt dat het aannemelijk is dat de norm niet overal in 2027 wordt gehaald maar ook dat Europees recht uitstel onder voorwaarden mogelijk maakt. Daarom is er volgens de rechtbank op dit moment nog geen dreigende rechtsschending. Dit laat zien dat uitstel juridisch mogelijk is maar het verandert niets aan de gezondheidskundige risico’s van aanhoudende overschrijdingen.
Nee. De rechtbank heeft zich niet uitgesproken over de vraag of het beleid voldoende bescherming biedt. Alleen dat het juridisch toelaatbaar is. Wat wettelijk mag, is niet automatisch wat verstandig of veilig is.
De uitspraak verandert niets aan:
• De aanwezigheid van PFAS in bodem en water
• De structurele overschrijding van gezondheidskundige advieswaarden
• De ophoping van PFAS in mensen PFAS blijven zich opstapelen.
Elke vertraging in bronaanpak werkt door, nu én naar toekomstige generaties.
Deze uitspraak maakt één ding duidelijk. De bescherming van mens en natuur tegen PFAS is uiteindelijk een politieke keuze.
• De rechter toetst de juridische ondergrens
• De politiek bepaalt het beschermingsniveau
• De samenleving bepaalt de urgentie De inzet voor een veilige leefomgeving blijft noodzakelijk. Wij beraden ons op vervolgstappen, waaronder mogelijk hoger beroep, en blijven ons inzetten voor structurele bronaanpak en versnelling van het beleid.