Provincies zijn aan zet bij aanpak stikstofproblematiek

juni 11, 2020

Provincies zijn aan zet bij aanpak stikstofproblematiek

Natuur en Milieufederaties reageren op eindadvies Commissie Remkes

De Natuur en Milieufederaties zien in het rapport van Commissie Remkes veel erkenning voor de zorgen die er zijn over de kabinetsaanpak om de stikstofproblemen op te lossen. Op 8 juni bracht het Adviescollege Stikstofproblematiek haar eindadvies uit aan het kabinet. Hieronder lichten we enkele onderdelen toe van het rapport ‘Niet alles kan overal’.

Het Adviescollege sluit aan bij de oproep van natuur- en milieuorganisaties om in 2030 de stikstofuitstoot in Nederland met 50% terug te dringen en serieus werk te maken van natuurherstel. Het Adviescollege pleit voor een geloofwaardige, integrale en gewaarborgde programmatische aanpak van het stikstofoverschot in Nederland. Een aanpak die moet leiden tot het behalen van de afgesproken natuurdoelen. Het college benadrukt dat dit een resultaatverplichting is, geen inspanningsverplichting of streven. Dit betekent dat er concrete doelen moeten worden gesteld met daaraan gekoppelde juridisch geborgde tussendoelen. Een logische aanpak, gezien de uitspraak van de Raad van State.

Provincies aan zet
De provincies moeten per Natura 2000-gebied in kaart gaan brengen welke concrete maatregelen nodig zijn om op termijn de doelen te behalen en welke bijdrage daaraan kan worden geleverd met een gebiedsgerichte aanpak. Dit zal betekenen dat normen per provincie verschillen. Binnen provincies zal voor het ene gebied een (veel) lagere norm en/of scherpere reductie nodig zijn, dan voor een ander gebied. De provincies worden, binnen de algemene kaders die het Rijk vaststelt, verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte aanpak. Als Natuur en Milieufederaties vinden we dat de hoofdlijnen uit het rapport van het Adviescollege door de provincies in de gebiedsgerichte processen als leidraad moeten worden genomen. Daarnaast zouden wat ons betreft alle sectoren moeten meedoen in dat proces. Alleen op die manier ontstaat een aanpak die ambitieus, integraal en juridisch houdbaar is.

Extern salderen
Het Adviescollege beveelt aan dat provincies de regie gaan nemen voor de uitvoering van de salderingssystematiek en dat ze tot een onderling afgestemde aanpak komen. Ook als saldering binnen meerdere provincies noodzakelijk is, kan daarmee gewaarborgd worden dat daarover tussen de betrokken provincies voorafgaand overleg plaatsvindt. Daarnaast is de regie noodzakelijk om te  voorkomen dat de overige ruimte ‘weglekt’ in gevallen waarin slechts een klein deel van de verkochte rechten voor een initiatief wordt benut.

Tot slot adviseert het college: benut meekoppelkansen van maatregelen die zijn of worden uitgewerkt vanuit beleid gericht op klimaat, water en fijnstof. Dit is ook voor de Natuur en Milieufederaties de beste manier om de verschillende milieudoelen te behalen.

Kabinet moet haar aanpak herzien
De voorzitter van het Adviescollege, Johan Remkes, noemde het huidige totaalpakket dat het Kabinet in het afgelopen jaar heeft gepresenteerd onvoldoende om een sterke reductie van stikstof te garanderen. Daarvoor waren er volgens hem nog te veel overeenkomsten met het PAS-beleid (dat in mei 2019 door de Raad van State buiten werking werd gesteld). De huidige plannen kenmerkten zich nog te veel door ‘het zoeken naar rek en ruimte om vergunningverlening mogelijk te kunnen maken’. Ook de scheiding tussen maatregelen gericht op natuur en landbouw noemde Remkes opmerkelijk. Zeker omdat het Ministerie van LNV waar Schouten verantwoordelijk voor is juist streeft naar meer integraliteit. De Natuur en Milieufederaties maken zich sterk om samen met de landbouwsector die integraliteit vorm te geven in plannen voor natuurinclusieve landbouw.

Remkes noemde de aanpak van het stikstofprobleem een gedeelde verantwoordelijkheid. De Natuur en Milieufederaties maken zich sterk om in iedere provincie bij te dragen aan een gebiedsgerichte aanpak, die zorgt voor duurzaam herstel van de belangen tussen natuur en economische ontwikkeling.  Dat kan door in de toekomst natuurinclusief te bouwen en werk te maken van de energietransitie.