PFAS op het land, TFA in het water
17 februari 2026
PFAS op het land, TFA in het water
In Nederland zijn, naar schatting van een onderzoek van het adviesbureau CLM, 115 bestrijdingsmiddelen toegelaten die PFAS-houdende werkzame stoffen bevatten. PFAS staan bekend als ‘forever chemicals’: ze breken nauwelijks af, blijven jarenlang in bodem en water aanwezig en stapelen zich op. Dat juist deze stoffen zonder problemen door de toelatingsprocedure zijn gekomen, is heel ongemakkelijk. Bovendien wordt tot op de dag van vandaag te laat en beperkt ingegrepen. Ook in Noord-Holland.
Waarom het Ctgb te laat en te beperkt ingrijpt
Onder de geruststellende kop “PFAS-houdende pesticiden lijken te gaan verdwijnen” berichtte Binnenlands Bestuur onlangs dat het College voor de toelating van chemische bestrijdingsmiddelen en biociden (Ctgb) 46 toegelaten gewasbeschermingsmiddelen opnieuw gaat beoordelen. Dat gebeurt op aandringen van onder andere drinkwaterbedrijven (Vewin), provincies (IPO) en gemeenten (VNG). Het klinkt als een stap vooruit. Maar wie beter kijkt, ziet vooral hoe beperkt en laat deze ingreep is en hoe groot het probleem inmiddels is, zeker ook in Noord-Holland.
Waarom juist deze 46 middelen?
De 46 middelen die nu opnieuw worden beoordeeld, zijn niet per se de meest risicovolle. Ze zijn geselecteerd omdat nieuw onderzoek laat zien dat het gebruik van deze middelen uiteindelijk het erg persistente afbraakproduct trifluorazijnzuur (TFA) vormt, ook een PFAS-verbinding. Deze stof verspreidt zich gemakkelijk via het watersysteem en wordt inmiddels breed aangetroffen in grond- en drinkwater.
Dat deze 46 middelen onder de loep worden gehouden is goed, maar ook te beperkt. Andere PFAS-houdende middelen blijven voorlopig gewoon toegestaan, terwijl ook zij persistent zijn, andere schadelijke afbraakproducten kunnen vormen en óók bijdragen aan een ophopende belasting op de bodem en het water.
De herbeoordeling van het Ctgb is daarom geen complete, diepgaande heroverweging van PFAS in de landbouw, maar vooral een technische aanpassing voor een aantal van de middelen. Een mooi gebaar, maar bij lange na niet voldoende.
Een systeem dat altijd achter de feiten aanloopt
Formeel doet het Ctgb wat het moet doen: middelen toetsen aan Europese regels, op basis van beschikbare kennis. Maar precies daar zit het probleem. Het systeem is reactief. Nieuwe inzichten leiden pas tot actie nadat stoffen al jarenlang zijn gebruikt.
Bij PFAS is dat extra problematisch. Juist hun chemische stabiliteit – de reden waarom ze zo goed werken – maakt ze tot een blijvend milieuprobleem. Wie zulke stoffen toelaat zonder harde garanties over afbraak, verwijderbaarheid en langetermijneffecten, neemt een risico dat niet meer terug te draaien is. Wat eenmaal in bodem en water zit, krijgen we er niet meer uit.
Noord-Holland voelt de gevolgen direct
Ook in Noord-Holland vormt het een probleem, dat tot voor kort nog onderbelicht was. De provincie kenmerkt zich door de uitgestrekte bollenvelden. In de lijst van de CLM komen zeven diverse PFAS-verbindingen voor, die op hun buurt in vele merken voorkomen. Door de polders en een grote afhankelijkheid van schoon grond- en oppervlaktewater voor drinkwater is de provincie uiterst kwetsbaar.
Waterschappen investeren grote bedragen om waterkwaliteitsnormen te halen die door PFAS steeds moeilijker haalbaar worden. Een aantal weken geleden sloegen drinkwaterbedrijven alarm: bepaalde vervuilende stoffen, waaronder PFAS, zijn nauwelijks meer uit drinkwater te zuiveren. Rond 2030 is de prognose dat er tekorten en kwaliteitsproblemen dreigen. En toch blijven PFAS-houdende middelen voorlopig toegestaan, zolang ze juridisch nét binnen de kaders passen.
Dit is geen probleem van één toezichthouder, maar van het hele beleidskader. Zolang het voorzorgsbeginsel niet echt leidend is, maar onderschikt blijft aan juridische toetsing achteraf, blijven we achter de feiten aanlopen.
Tijd voor een andere norm
De herbeoordeling van 46 middelen is geen reden om gerust achterover te leunen. Het is juist een signaal dat het systeem piept en kraakt. De echte vraag is niet: welke PFAS-middelen zijn nét te risicovol?
Maar: waarom staan we deze stofgroep überhaupt nog toe in open toepassingen zoals de landbouw?
Wie de gezondheid van het oppervlaktewater en van de bodem werkelijk centraal wil stellen kan PFAS niet blijven behandelen als ‘gewone’ gewasbeschermingsstoffen. Niet omdat elk middel direct meteen giftig is, maar omdat de ophoping permanent en onomkeerbaar is. Het is tijd om nu deze stoffen per direct te verbieden en vooruit te denken aan onze gezonde leefomgeving.