Blog: Klein beginnen om de landbouwtransitie in beweging te brengen

25 juni 2026

Klein beginnen om de landbouwtransitie in beweging te brengen

Blog Marieke den Nijs, onze programmamanager Biodiversiteit

 

Ons huidige landbouwsysteem is niet langer houdbaar. Er moet iets veranderen. Dat is geen nieuwe boodschap, maar wel een steeds urgentere. De manier waarop we voedsel produceren heeft op veel plekken een te grote impact op bodem, water, klimaat, biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Tegelijkertijd staan ook boeren zelf onder grote druk. Zij moeten produceren binnen een systeem van smalle marges, veranderende regels, hoge grondprijzen, maatschappelijke verwachtingen en een onzeker toekomstperspectief.

Dat maakt de landbouwtransitie ingewikkeld. Want hoewel er veel wordt gesproken over innovatie, natuurinclusieve landbouw en nieuwe verdienmodellen, is het voor veel agrariërs lastig om daadwerkelijk plannen te maken. Zeker zolang beleid onvoldoende richting geeft, onzeker is of achterblijft, komt verandering niet vanzelf op gang.

En toch gebeurt er al veel. Juist van onderaf. Bij agrariërs die niet willen wachten tot alles is uitgekristalliseerd, maar nu al durven te onderzoeken hoe het anders kan. Agrariërs die tijd, geld en energie steken in nieuwe vormen van landbouw. Die risico nemen. Die experimenteren. Die laten zien dat verandering niet begint bij een perfect eindplaatje, maar bij de eerste stap in het veld.

Een van die veelbelovende nieuwe vormen is agroforestry.

Agroforestry: ecologische én economische waarde

Agroforestry was een paar jaar geleden nog relatief onbekend in Nederland. Inmiddels maakt deze vorm van landbouw duidelijk een opmars. Bij agroforestry worden bomen en struiken bewust gecombineerd met landbouwgewassen of veehouderij. Denk aan noten- of fruitbomen in akkerbouwpercelen, hagen langs gewassen, bomenrijen waar vee onder kan schuilen, of voedselbossystemen op agrarische grond.

De waarde van agroforestry zit juist in die combinatie. Ecologisch kan het bijdragen aan meer biodiversiteit, een gezondere bodem, betere waterhuishouding, schaduw, koolstofvastlegging en een aantrekkelijker landschap. Economisch kan het agrariërs op termijn extra inkomsten opleveren uit bijvoorbeeld fruit, noten, hout, kruiden, bloemen of andere producten. Ook kan het bedrijf weerbaarder worden doordat inkomstenbronnen worden verbreed en het landbouwsysteem minder afhankelijk wordt van één teelt of productiestroom.

Agroforestry is daarmee geen romantisch uitstapje naast de landbouw. Het is een serieuze bouwsteen voor een toekomstbestendig landbouwsysteem. Maar alleen als we het ook echt in de praktijk brengen, oftewel aan de slag gaan.

Van pionieren naar een grotere beweging

Willen we de landbouw transformeren, dan moeten we (klein) beginnen. Niet alleen praten over systeemverandering, maar concrete stappen zetten op boerenbedrijven. Dat vraagt om pioniers: agrariërs die bereid zijn om nieuwe vormen van landbouw te omarmen, ook als nog niet alles bewezen is. Maar pioniers kunnen dit niet alleen.

Wie wil experimenteren met agroforestry, loopt al snel tegen heel praktische vragen aan. Welke soorten passen bij mijn bodem? Hoe combineer ik bomen met mijn huidige bedrijfsvoering? Hoe zit het met vergunningen? Welke afstanden moet ik aanhouden? Hoe financier ik de aanleg? Wat betekent het voor machines, onderhoud, oogst, afzet en arbeid? En misschien wel de belangrijkste vraag: past dit eigenlijk bij mijn (toekomstige) bedrijf?

Daarom ondersteunt Natuur en Milieufederatie Noord-Holland agrariërs via de proefpercelenaanpak. Met deze aanpak helpen we boeren om niet meteen hun hele bedrijf om te gooien, maar klein en doordacht te starten. Een proefperceel biedt ruimte om te experimenteren, te leren en te ontdekken welke vorm van agroforestry past binnen de eigen bedrijfsvoering.

“Ik ben enorm trots op de agrariërs in Noord-Holland die met een proefperceel agroforestry zijn gestart of zich daarop voorbereiden. Zij laten zien dat agroforestry niet één vast model is, maar op allerlei manieren waarde kan toevoegen, maar vooral dat het kan.”

Marieke den Nijs

De proefpercelenaanpak: van idee naar aanplant

De proefpercelen aanpak is onderdeel van het Living Lab Agroforestry Noord-Holland. In het Living Lab begeleiden we agrariërs bij het aanleggen van proefpercelen. Dat doen we stap voor stap: van de eerste ideeën en doelen tot ontwerp, vergunningen, financiering en uiteindelijk de aanplant.

Een proefperceel is een klein stukje land (ongeveer 1 hectare) op het agrarisch bedrijf waar elementen van agroforestry worden toegepast. Dat kan gaan om bomenrijen in combinatie met vee, houtige gewassen in een akkerbouwsysteem, voedselbosranden of andere vormen waarin bomen en struiken een plek krijgen in het landbouwbedrijf.

Het mooie van deze aanpak is dat het laagdrempelig is, maar niet vrijblijvend. Een proefperceel is klein genoeg om te kunnen overzien, maar concreet genoeg om echte lessen op te leveren. Het is geen theoretische verkenning, maar een plek waar wordt geplant, beheerd, gemonitord, geëxperimenteerd en geleerd.

Die lessen zijn cruciaal. Agroforestry vraagt altijd om maatwerk, want elk bedrijf, elke bodem, elk landschap en elke ondernemer is anders. Tegelijkertijd hoeven agrariërs niet via deze aanpak niet zelf het wiel uit te vinden. Juist door ervaringen te delen, versnellen we de ontwikkeling van agroforestry in de praktijk.

Daarom is kennisdeling een belangrijk onderdeel van het Living Lab. We organiseren bijeenkomsten en excursies, brengen agrariërs met elkaar in contact en leggen praktische ervaringen vast in kennisproducten, zoals het informatiepakket agroforestry. De waarde zit vaak in ogenschijnlijk kleine, maar essentiële praktijklessen: welke bescherming werkt tegen vraat, welke soorten slaan goed aan, hoe houd je het onderhoud werkbaar en hoe past het ontwerp bij bestaande machines?

Dit zijn precies de lessen die je niet uit beleidsteksten haalt, maar uit het veld.

Tien Noord-Hollandse agrariërs die laten zien dat het kan

Ik ben enorm trots op de agrariërs in Noord-Holland die met een proefperceel agroforestry zijn gestart of zich daarop voorbereiden. Zij laten zien dat agroforestry niet één vast model is, maar op allerlei manieren waarde kan toevoegen, maar vooral dat het kan.

Bij De Korte Weg in Hensbroek werkt Anna Kuiper aan een agrarisch voedselbos op een biodynamisch akkerbouwbedrijf. Haar familieboerderij kent een lange geschiedenis en met agroforestry zet zij een volgende stap in de ontwikkeling van het bedrijf. Het voedselbos laat zien hoe een akkerbouwbedrijf ruimte kan maken voor meerjarige teelten, biodiversiteit en nieuwe opbrengsten.

Bij Gawijzend Agro, waar Luuk Kerckhaert een voortrekkersrol vervult, ligt de basis in de teelt van aardappelen, graan en peulvruchten. Juist op zo’n bedrijf is agroforestry interessant, omdat het laat zien hoe bomen en struiken ook binnen een meer gangbare akkerbouwcontext kunnen worden geïntegreerd. Op een perceel van een halve hectare is een voedselbos aangelegd met een vloeiend, romantisch ontwerp. Daarmee ontstaat een praktijkvoorbeeld dat laat zien hoe agroforestry zowel landschappelijk als bedrijfsmatig kan worden verkend.

De Bosmantel laat weer een andere kant zien. Deze tuinderij werkt op een zo natuurlijk mogelijke manier aan een grote verscheidenheid aan groenten, fruit en bloemen. Er wordt geteeld zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest, en zelfs zonder biologisch gecertificeerde bestrijdingsmiddelen. Hier zie je hoe agroforestry kan aansluiten bij een diverse en natuurgerichte vorm van voedselproductie.

Ook agrariërs die nog in de voorbereiding zitten, zijn van grote waarde voor de beweging. Marijke Dirkson ontwikkelt in Burgerbrug een agroforestry-perceel waarin landbouw, natuur, educatie en zorg samenkomen. Op het terrein bij Landschapsbeheer Rinnegom staan agroforestry, schapenbegrazing en landschapsbeheer centraal. Dat laat zien dat agroforestry niet alleen over productie gaat, maar ook over de relatie tussen landschap, mens, dier en gemeenschap.

Julia Kadijk werkt in Middenmeer aan plannen om agroforestry toe te voegen aan een traditioneel akkerbouwbedrijf met gewassen als aardappelen, tarwe, broccoli en knoflook. Het bedrijf combineert landbouwtraditie al met duurzame innovaties, zoals een windmolen en plannen voor Agri-PV. Agroforestry kan daar een volgende laag aan toevoegen: meer biodiversiteit, meer landschappelijke kwaliteit en mogelijk nieuwe economische kansen.

Juist de verschillen tussen deze bedrijven zijn belangrijk. Agroforestry is geen blauwdruk. Het kan de vorm aannemen van een agrarisch voedselbos, bomenrijen in akkerbouw, een systeem met vee en schaduw, een zorglandschap, een strokenteeltbedrijf met houtige elementen of een tuinderij met grote diversiteit aan gewassen. Van romantische voedselbossen tot rijenteelt op een meer gangbaar bedrijf: al deze vormen dragen bij aan dezelfde beweging.

Bekijk al onze agrariërs

Voorbeelden brengen de transitie op gang

In transities wordt vaak gesproken over schaal. We willen systeemverandering, grote stappen, brede adoptie. Maar de weg daarnaartoe begint meestal klein. Met plekken waar mensen kunnen zien, ruiken, voelen en begrijpen wat er mogelijk is.

Voorbeelden zijn cruciaal om uiteindelijk de grote massa mee te krijgen. Een agrariër die twijfelt, heeft vaak meer aan een gesprek met een collega in het veld dan aan een rapport. Een beleidsmaker begrijpt de kansen en knelpunten beter als die naast een pas aangeplante bomenrij staat. Een gebiedspartner ziet sneller mogelijkheden als er concrete percelen zijn waar landbouw, natuur en verdienvermogen samenkomen.

Daarom zijn de proefpercelen meer dan losse experimenten. Ze zijn bouwstenen van een grotere beweging. Ze maken zichtbaar dat agroforestry niet alleen winst voor de natuur kan opleveren, maar ook onderdeel kan zijn van een interessant economisch potentieel model voor agrariërs. Ze laten zien wat werkt, wat nog schuurt en welke randvoorwaarden nodig zijn om op te schalen.

De landbouwtransitie vraagt om beleid, financiering, kennis, marktontwikkeling en ruimte in regels. Maar ze vraagt ook om mensen die beginnen. Om agrariërs die durven. Om organisaties die hen ondersteunen. En om een netwerk dat lessen deelt, successen zichtbaar maakt en knelpunten niet wegpoetst maar oplost.

Met de proefpercelenaanpak binnen het Living Lab Agroforestry willen we precies daaraan bijdragen. Klein starten, praktisch leren en daarmee de transitie aanjagen.

Want als we wachten tot het systeem vanzelf verandert, gebeurt er te weinig. Maar wanneer pioniers de eerste stappen zetten, creëren zij mogelijkheden waar anderen weer op kunnen voortbouwen. Zo groeit agroforestry van experiment naar serieuze beweging.

Meer informatie?

Profiel Marieke den Nijs

Marieke den Nijs

Programmamanager Biodiversiteit