A+ A+ A+

Waterkwaliteit in veenweidegebieden

Startpagina > Natuur > Waterkwaliteit in veenweidegebieden
waterdruppel

Niet alles kan overal

In het veenweidegebied streven we met zijn allen een veelheid aan doelstellingen na: weidevogels, moerasnatuur, instandhouden landschap en agrarisch gebruik, tegengaan bodemdaling, goede waterkwaliteit, etc. Veel van deze doelen staan onder druk en het is de vraag hoe hiermee om te gaan.

Sluipenderwijs verdwijnt het veen. Door veenafbraak is de afgelopen 30 tot 40 jaar 20% van het veengebied in Nederland verdwenen. Jaarlijks verdwijnt er nog steeds gemiddeld 2.000 ha veengrond. (Kwakernaak c.s., 2010). Na een eeuwenlang hoog waterpeil waarmee het veenpakket beschermd werd, verteert het veen momenteel dus razendsnel. De veenafbraak leidt tot bodemdaling, vrijkomen van nutriënten en broeikasgassen.

Een ander knelpunt in het veenweidegebied is de hoeveelheid nutriënten in het oppervlaktewater. Hierdoor worden de waterkwaliteitsdoelen KRW en dus de natuurdoelen moeilijk gerealiseerd.

Om de mogelijkheden voor verbetering van waterkwaliteit in veengebieden in kaart te brengen hebben de milieufederaties van Noord- en Zuid-Holland een bijeenkomst belegd met experts op het gebied van veen en waterkwaliteit. Met als vraag: wat werkt en wat werkt niet? Belangrijkste conclusie: er is niet één maatregel waarmee alle problemen kunnen worden opgelost, de oplossing ligt eerder in het maken van scherpere keuzes voor doelen per deelgebied. Alles overal nastreven, wat nu vaak het geval is in het overheidsbeleid, leidt tot verwatering van doelen. Door scherp na te denken over wat je wilt met een gebied, kunnen doelen en maatregelen realistisch worden geformuleerd.

Probleem en mogelijke maatregelen

Het teveel aan nutriënten in water in veengebieden heeft meerdere oorzaken. Niet alleen bemesting, ook bio-chemische processen in de bodem en de aanvoer van water van elders spelen hierbij een rol. Vandaar ook dat er niet één maatregel is die het probleem kan oplossen. Van verschillende (deel)oplossingen staan in deze tabel een aantal positieve en negatieve effecten opgesomd.

Een maatregel waar momenteel veel aandacht naar uitgaat is onderwaterdrainage. Vooral met het oog op het tegengaan van bodemdaling. De effecten op de waterkwaliteit zijn echter nog niet duidelijk. Aangezien bij onderwaterdrainage meer aanvoer van water van buiten nodig is, zijn er negatieve effecten op de waterkwaliteit denkbaar. Natuurorganisaties vrezen ook een negatief effect op de weidevogelstand.

Kortom: er is niet een simpele maatregel waarmee het waterkwaliteitsprobleem makkelijk kan worden opgelost. Wel is het de moeite waard om in de praktijk een combinatie van maatregelen uit te proberen. Dat gebeurt nog te weinig. De in 2010 aangekondigde integrale praktijkproeven in veengebieden door Hoogheemraadschappen van Rijnland, Hollands Noorderkwartier en Waternet juichen de milieufederaties dan ook toe.

Keuzes maken

Een belangrijke conclusie van de milieufederaties is dat er scherpere keuzes gemaakt moeten worden. Per deelgebied moeten realistische doelen worden vastgesteld. Dit betekent dat in gebieden met belangrijke natuurdoelen de waterkwaliteit een belangrijk doel moet zijn. Ander (landbouwkundig gebruik) moet hieraan aangepast worden. In andere gebieden wordt het landschap (‘koe in de wei’) centraal gesteld en wordt een mindere waterkwaliteit geaccepteerd.

Bij het maken van keuzes dienen uitgangspunten gehanteerd te worden, zoals het plannen van ‘natte’ functies in gebieden waar het veen gevoelig is voor afbraak, om veenafbraak te voorkomen. In gebieden die minder gevoelig zijn voor veenafbraak kiezen voor landschap (‘koe in de wei’).

Het maken van keuzes is lastig en daar moet met alle betrokken partijen over gesproken worden.

Aanbevelingen

  • Zet een grootschalige proef in waarbij in een veenweidepolder wordt gedemonstreerd wat de mogelijkheden voor veenherstel / behoud zijn. Denk daarbij aan (een combinatie van) hydrologische isolatie, het instellen van een flexibel peilbeheer (beide om waterinlaat te voorkomen) en het inrichten van een natuurlijke retentiebekken (zelfvoorzienend met regenwater). Er zijn momenteel wel kleine initiatieven op dit gebied, maar het ontbreekt aan een grootschalig goed opgezette en gemonitorde pilot.
  • Ga de discussie aan over scherpere doelen in het veenweidegebied: waar en op welke manier is welke doelstelling echt haalbaar? Het meer scheiden van functies zal doelen dichterbij brengen. Hierover moeten alle partijen die het aangaat met elkaar in gesprek gaan.
  • Ga maïsteelt in veenweidegebieden tegen (in Noord-Holland is in 2010 bij de behandeling van de Structuurvisie een amendement aangenomen die dit tegen moet gaan).

Erna Krommendijk, Milieufederatie Noord-Holland
Bert Bakker, Milieufederatie Zuid-Holland

Gepubliceerd op: 27 april 2011