Na jaren voorbereiding is op 1 oktober 2010 de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) in werking getreden, waarin de omgevingsvergunning is geregeld. Doel is om het aantal vergunningen dat bedrijven en burgers voor hun activiteiten nodig hebben zoveel mogelijk in één vergunning onder te brengen.
Aan de orde komen:
op deze pagina
- Eén besluit voor meerdere wetten
- Vergunningplichtige activiteiten
- Integreren en aanhaken
- Reguliere voorbereidingsprocedure
op pagina 2
- Uitgebreide voorbereidingsprocedure
- Wat niet wordt geïntegreerd
- Bevoegd gezag
- Deelvergunning en fasering
op pagina 3
- Toetsing: beschermingsniveau gehandhaafd, deelweigering mogelijk
- Bekendmaking
- Inwerkingtreding
- Overgangsrecht
- Rechtsbescherming (bezwaar en beroep)
- Aspect gemist, vergunning onherroepelijk?
- Wie is belanghebbende?
Eén besluit voor meerdere wetten
De Wabo integreert 25 toestemmingen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving (wonen, ruimte, milieu, water en natuur) in de omgevingsvergunning. Het gaat om vergunningen, ontheffingen, meldingen of kennisgevingen die zijn opgenomen in gemeentelijke en provinciale verordeningen en de Woningwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Mijnbouwwet, Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, Monumentenwet 1988, Waterwet (indirecte lozingen), Natuurbeschermingswet 1998 en Flora- en Faunawet.
Vanaf 1 oktober 2010 geldt: één loket (gemeente), één vergunningaanvraag (digitaal), één bevoegd gezag (B&W, GS of Minister bij grotere vergunningen), één besluit, één rechtsbeschermingsprocedure (altijd in twee instanties, eerst de rechtbank en dan naar de Raad van State), één handhaver.
Vergunningplichtige activiteiten
In art. 2.1 lid 1 Wabo staat opgesomd voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is. Dat zijn:
-
Bouwen
-
Aanleg van een werk (geen bouwwerk zijnde)
-
Gebruik in strijd met een bestemmingsplan
-
Brandveilig gebruik
-
Oprichten, veranderen, in werking hebben van een milieu-inrichting
-
Slopen, verstoren, wijzigen, verplaatsen v/e rijksmonument
-
Slopen van een bouwwerk (als dat in een bestemmingsplan is bepaald)
-
Slopen v/e bouwwerk in beschermd stads of dorpsgezicht
-
Verrichten van een amvb-activiteit
Art .2.2 somt de activiteiten op, die gereguleerd worden door gemeentelijke en provinciale verordeningen, en die ook in de omgevingsvergunning worden ondergebracht. Dat zijn:
-
Slopen (als dat in een bouwverordening is bepaald)
-
Slopen, verplaatsen, verstoren etc. (vlgs. lokale monumentenverordeing)
-
Slopen in lokaal beschermd stads- of dorpsgezicht
-
Aanleg weg
-
Maken van een uitweg
-
Vellen houtopstand
-
Reclame-borden
-
Opslag onroerende zaken
Integreren en aanhaken
Voor de bovengenoemde activiteiten geldt dat deze volledig geïntegreerd zijn in de omgevingsvergunning. Kort gezegd, de aspecten bouw, sloop, aanleg (v/e werk), gebruik, monumenten, milieu en Wro zijn met de Wabo volledig geïntegreerd.
Voor andere aspecten, met name die te maken hebben met natuurbescherming (1) , geldt een incidentele integratie, ook wel “aanhaken” genoemd. Dat wil zeggen dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of deze aspecten aan de orde zijn: is de activiteit dicht bij een beschermd natuurgebied, kan er schade worden toegebracht aan beschermde soorten.
In dat geval is een “verklaring van geen bezwaar” nodig van het daarvoor bevoegde gezag, voor de Natuurbeschermingswet GS en voor de Flora- en Faunawet de Minister van Economische Zaken, Innovatie en Landbouw.
1. Ook als een ontheffing nodig is o.g.v. de Provinciale Milieuverordening voor gesloten stortplaatsen en voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden.
Reguliere voorbereidingsprocedure
Voor bouwprojecten van beperkte betekenis geldt de reguliere voorbereidingsprocedure. Deze procedure houdt in dat binnen 8 weken (desgewenst binnen 2 weken na de aanvraag te verlengen tot 14 weken) op de aanvraag besloten dient te worden. Net als nu bij de bouwvergunning en de monumentenvergunning is er een fatale termijn: worden de 8 (of 14) weken overschreden, dan is de vergunning automatisch (“van rechtswege”) verleend.
Ook de vergunning van rechtswege dient gepubliceerd te worden, en bezwaar en beroep daartegen is mogelijk. Kennisgeving van de aanvraag is verplicht. Alle bekende bepalingen over doorzending, aanvulling van de aanvraag en de hoorplicht uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelden onverkort.
De reguliere voorbereidingsprocedure geldt met name (2) voor:
- Bouwvergunning, mits niet in strijd met het bestemmingsplan (3)
- Kapvergunning
- Aanlegvergunning
- Sloopvergunning (4)
- Uitwegvergunning
- Reclamevergunning
- Opslagvergunning
- Binnenplanse ontheffing van een bestemmingsplan
- Buitenplanse ontheffing v/e bestemmingsplan (kruimelgevallen-regeling) (5)
- Ontheffing van gemeentelijke bouwverordening
- Diverse toestemmingen in gemeentelijke, provinciale- en waterschapsverordeningen
- Meldingsplicht veranderen van de inrichting (ex art. 8.19 Wm)
- Provinciale en gemeentelijke monumentenvergunning
2.Voor een volledig overzicht: zie de VROM-brochure “Reikwijdte van de omgevingsvergunning” op deze site
3. Provincies blijven hiervoor ook bevoegd gezag voor de handhaving.
4. Tenzij er een wijziging van de activiteit optreedt, met name een directe lozing (waterschappen bevoegd gezag) of een uitbreiding waardoor bepaalde capaciteitsgrenzen worden overschreden, zodat het bevoegd gezag overgaat naar de provincie.
5. “Inrichtingen” zijn volgens de Wet milieubeheer vergunningplichtig.
Lees verder op pagina 2
Lees verder op pagina 3