
De inkt van de structuurvisie en de daarmee samenhangende ruimtelijke verordening is nog maar net droog, of de provincie is alweer genoodzaakt de ruimtelijke verordening aan te passen door veranderde landelijke wetgeving (Spoedwet Wro). Gedeputeerde Staten hebben de nu gewijzigde ontwerp-verordening op de agenda gezet van de vergadering van de Statencommissie Ruimte en Milieu op 19 april jl. De wijziging lijkt op het eerste gezicht beleidsneutraal.
Wat gaat er veranderen? Ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals bijvoorbeeld het bouwen van woningen, zijn in de huidige verordening alleen toegestaan als de provincie hiervoor ontheffing verleent. In de nieuwe systematiek worden de ontheffingen vervangen door bindende regels vooraf waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken binnen van te voren gestelde kaders (afwijkingsregels). Een subtiel verschil, zou men kunnen concluderen en helemaal beleidsneutraal. Maar is dat ook zo?
De verandering van systematiek leidt ertoe dat de gemeenten geen ontheffing meer hoeven aan te vragen en dus de regels in de verordening zelf moeten toepassen, zoals de bescherming van de EHS, de "Nationale Landschappen" en weidevogelleefgebieden. De nieuwe systematiek gaat dus uit van een groot vertrouwen richting de gemeentelijke overheid. Dat past helemaal in de systematiek van de nieuwe Wro. Als de provincie het niet eens is met de gemeente, dan kan zij een zienswijze schrijven (net als elke burger) en eventueel een reactieve aanwijzing geven. Dit laatste instrument heeft dan wel een dwingend karakter.
Maar door het wegvallen van de ontheffing is de toetsende rol van de provincie verzwakt. En dit valt op zich te betreuren. De wijziging heeft gevolgen voor zowel de beleidsinhoud als het beleidsproces. Gedeputeerde Staten zeggen de afgezwakte toetsende rol te ondervangen door een goed overleg met gemeenten vooraf, zodat men niet voor verrassingen komt te staan. Dat is inderdaad noodzakelijk. Maar de vraag is wat realiseer je dan inhoudelijk en hoe dwing je dat af? De Statencommissie Ruimte en Milieu heeft in meerderheid grote bedenkingen tegen de nieuwe opzet. Belangrijk punt voor de commissie is de vraag of de provincie straks niet achter de feiten gaat aanlopen. Wij zijn blij met deze kritische opstelling van de commissie.
De verwachting is dat nog voor de zomer de nieuwe verordening ter inzage wordt gelegd en na de zomer wordt vastgesteld. De Statencommissie hecht belang aan zorgvuldigheid boven snelheid. Want feitelijk zou op 1 juli 2012, als de Spoedwet van kracht wordt, de verordening al moeten zijn gewijzigd. Aan het wijzigen zelf valt overigens niet te ontkomen.
De Milieufederatie Noord-Holland zal de gewijzigde verordening goed bestuderen en -zo nodig- voorstellen voor verbetering aandragen. Het is in het belang van een goede ruimtelijke ordening dat de positie van de provincie zo krachtig mogelijk blijft. Daar moeten alle inspanningen op gericht zijn. Vooral omdat de provincie hoge ambities heeft op het gebied van ontwikkelingen in het landelijk gebied, in natuur en landschap.
We houden u op de hoogte van het verdere ontwikkelingen.
Peter Grubben