
In het Noord-Hollandse coalitieakkoord van PvdA, CDA, D’66 en de VVD wordt gebroken met het duurzame energiebeleid van de voorgaande jaren. Een hete soep wordt geserveerd met het ingrediënt dat er op land geen megawatt aan windvermogen bij mag komen. Bestaande molens zouden bij vervanging ook niet meer mogen worden opgeschaald. Alleen op zee zou er nog mogen worden uitgebreid – makkelijk genoeg, omdat de provincie daarover vrijwel geen zeggenschap heeft. Daarbij zijn de subsidies voor wind op zee zijn door het kabinet Rutte zodanig teruggeschroefd, dat nieuwe plannen nauwelijks van de zeebodem komen.
Op zich is het begrijpelijk dat het provinciebestuur gehoor heeft gegeven aan de regen van klachten van burgers over windenergie. Ten tijde van de vaststelling van het Provinciaal uitvoeringsprogramma Wind Op Land eerder dit jaar, waren de toehoorders op de publieke tribune hevig geëmotioneerd. Wind op land, zo leek het, is ‘not done’. Dit college geeft gehoor aan die emotie.
De Milieufederatie Noord-Holland zou wel wat koelte over deze soep willen waaien. Wij spreken al lange tijd met zowel de voor- als de tegenstanders van windenergie. Binnen onze vereniging zijn deze kampen zelfs beiden vertegenwoordigd. En telkens weer blijkt dat zowel de meest fervente voor- als tegenstander voor rede vatbaar is.
Veel van de weerstand wordt veroorzaakt door plannen die niet goed ruimtelijk zijn ingepast. De terechte klachten over bijvoorbeeld een windmolen in Zijpe, waar bewoners ernstige geluid- en schaduwhinder van ondervinden, worden niet goed afgehandeld. In plaats van de zijde te kiezen van de kwetsbare bewoners van de streek, wordt er aan alle kanten getracht het beleid en de randvoorwaarden zodanig om te buigen dat de misplaatste windturbine juridisch past. De omgekeerde wereld, als je het ons vraagt. Logisch dat bewoners ieder argument aangrijpen om dit misstand aan te vechten. Fabels als ‘windturbines zijn vogelgehaktmolens’ en ‘windmolens draaien op subsidie’ zijn de politieke vertaling van dergelijk ongenoegen.
De werkelijkheid is dat de wind op land van alle vormen van duurzame energie het meest doorontwikkeld is, de laagste kosten heeft en het hoogste klimaatrendement. Wanneer we onze publiekseuro daar neertellen waar het meeste effect wordt gesorteerd, dan komt windenergie glansrijk als winnaar uit de bus. Natuurlijk wil de Milieufederatie óók zon op ons dak en energie uit zout en zoet water. Maar deze technieken zijn vandaag de dag nog lang niet zo goedkoop en uitontwikkeld als windenergie. Windenergie zal zeker de komende vijftien jaar nog noodzakelijk blijven. De vraag is aan welke randvoorwaarden het dan moet voldoen. En dan blijkt dat het ‘voldoen aan wettelijke regelgeving’ echt een beetje onder de maat is. Landschap en leefbaarheid zijn onvoldoende te vangen in regels. Het gaat er niet om wat mág, maar hoe we het willen.
Tegenstanders van windenergie zijn vooral tegenstanders van verkeerd geplaatste windturbines. De saneringsslag die we in Noord-Holland moeten maken is groot. Solitaire windmolens die decennia lang in hoogte en capaciteit gegroeid zijn moeten verdwijnen. Daardoor zijn situaties als in de Zijpe ontstaan en worden ze ten onrechte gedoogd en vervolgens gelegaliseerd. De noodzakelijke saneringsslag kunnen we alleen betalen wanneer we tegelijkertijd op geschikte locaties opschalen en de hoeveelheid energie vergroten.

We moeten een slim proces starten waarin eigenaren van windturbines, omwonenden en burgers een aandeel hebben in de plan- en besluitvorming. Met een investeringskoppeling tussen de opbrengsten van windenergie en de kosten voor investeringen in de leefbaarheid van de lokale gemeenschap of het landschap. Door opstellingen te ontwerpen met oog voor ecologie, in lijn met patronen in het landschap en die logisch aansluiten op de identiteit van de streek.
In West-Friesland heeft de Milieufederatie de eerste stappen gezet in een dergelijk proces. Aan het proces hebben ook fervente tegenstanders van windenergie meegewerkt. De uitkomsten van dit proces vormen kaders waarbinnen een windturbine opstelling prima mogelijk is. Met deze werkwijze gaan wij ongeacht de politieke kleur van het bestuur verder. Simpelweg omdat wij geloven dat windenergie één van de noodzakelijke duurzame energiebronnen is waarmee we de toekomst in moeten gaan. En omdat we geloven dat wanneer lusten en lasten eerlijk worden verdeeld over investeerders, maatschappij en burgers, windenergie, net als alle andere ruimtelijke functies in Nederland, een plek verdient.
Momenteel is de provincie zich aan het beraden over de manier waarop het coalitieakkoord in concrete regelgeving zal worden vertaald. De Milieufederatie volgt dit met grote interesse. Wij kunnen ons niet voorstellen dat plannen waarvoor lokaal draagvlak en een mondiale urgentie is door de provincie zullen worden afgekeurd. Want niet het aantal megawatts, maar de wijze waarop we ze realiseren is van belang. Niet de ingrediënten van de soep bepaalt het aantal sterren, het is de kok die hem bereidt.
Juriaan Jansen